2 Live stream 2e dienst

Geluid & Liturgie

Livestream

 

Liturgie zondagmiddag 20 november 2022

Voorganger: Ds Braaksma, Leeuwarden

Votum & groet

Lied: Ps. 24,1.5

De aarde en haar volheid zijn
des Heren koninklijk domein,
de wereld en die daarin wonen.
Het land rijst uit de oceaan,
rivieren breken zich ruim baan
om Gods volmaakte macht te tonen.

Gij poorten, heft uw hoofd omhoog,
aloude deur, maak wijd uw boog,
ruim baan voor de verheven koning.
Wie is die vorst zo groot in kracht?
Het hoofd van ’s hemels legermacht!
Hij komt, Hij maakt bij ons zijn woning.

Gebed

Lezing: 1 Kor. 12 (NBV21)
Vele gaven, één Geest
12 1Over de gaven van de Geest, broeders en zusters, wil ik u het volgende zeggen.
2Zoals u weet was u in de tijd dat u nog niet geloofde volledig in de ban van de afgoden, die taal noch teken geven. 3Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand kan door toedoen van de Geest van God zeggen: ‘Vervloekt is Jezus,’ en niemand kan zeggen: ‘Jezus is de Heer,’ behalve door toedoen van de heilige Geest.
4Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; 5er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; 6er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. 7In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. 8Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; 9de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen; 10en weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te beoordelen of een profetie van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om klanktaal uit te leggen. 11Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals Hij wil. 12Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. 13Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden; of we nu Joden of Grieken zijn, slaven of vrije mensen, we zijn allen van één Geest doordrenkt. 14Tegelijk bestaat een lichaam niet uit één deel, maar uit vele. 15Als de voet zou zeggen: ‘Ik ben geen hand, dus ik hoor niet bij het lichaam,’ hoort hij er dan werkelijk niet bij? 16En als het oor zou zeggen: ‘Ik ben geen oog, dus ik hoor niet bij het lichaam,’ hoort het er dan werkelijk niet bij? 17Als het hele lichaam oog zou zijn, waarmee zou het dan kunnen horen? Als het hele lichaam oor zou zijn, waarmee zou het dan kunnen ruiken? 18Maar God heeft juist alle lichaamsdelen hun eigen plaats gegeven, precies zoals Hij dat wilde. 19Als ze met elkaar slechts één lichaamsdeel zouden vormen, zou dat dan een lichaam zijn? 20Het is juist zo dat er een groot aantal delen is en dat die met elkaar één lichaam vormen. 21Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig,’ en evenmin kan het hoofd tegen de voeten zeggen: ‘Ik heb jullie niet nodig.’ 22Integendeel, juist die delen van het lichaam die het zwakst lijken zijn het meest noodzakelijk. 23De delen van ons lichaam waarvoor we ons schamen en die we liever bedekken, behandelen we zorgvuldiger en met meer respect 24dan die waarvoor we ons niet schamen. Die hebben dat niet nodig. God heeft ons lichaam zo samengesteld dat de delen die het nodig hebben ook zorgvuldiger behandeld worden, 25zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen. 26Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde. 27Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit. 28God heeft in de gemeente aan allerlei mensen een plaats gegeven: ten eerste aan apostelen, ten tweede aan profeten en ten derde aan leraren. Dan is er het vermogen om wonderen te verrichten, de gave om te genezen en het vermogen om bijstand te verlenen, leiding te geven of in klanktaal te spreken. 29Is iedereen soms een apostel? Of een profeet? Is iedereen een leraar? Kan iedereen wonderen verrichten? 30Of kan iedereen genezen? Kan iedereen in klanktaal spreken en kan iedereen die uitleggen?
31Richt u op de hoogste gaven. Maar eerst wijs ik u een weg die nog voortreffelijker is.

Lied: Ps. 40,3

Het is geen offervuur wat U behaagt,
Gij wilt, Heer, dat ik naar U hoor
en zelf ontsluit Gij mij het oor:
Gij hebt alleen gehoorzaamheid gevraagd.
Mijn God, ik draag uw wetten,
om op uw wil te letten,
gedurig bij mij om.
Het boek schrijft over mij.
Gij hoordet hoe ik zei;
“O Here, zie, ik kom!”

Preek

Lied: Ps. 133

Zie toch hoe goed, hoe lieflijk is ’t dat zonen
van ’t zelfde huis als broeders samenwonen.
Een liefdeband houdt hen tezaam.
De zegen van Gods hoog verheven naam
daalt op hen neer vol zoete tederheid,
als olie die den priester wijdt.

Als olie die A„rons baard en kleren
met geur doordringt, zo is de gunst des Heren
voor wie eendrachtig samen zijn.
Als dauw is het, die ligt zo mild en rein
op Hermons top en daalt op Sion neer.
’t Wordt al een tuin voor God den Heer.

Jeruzalem! Hier geeft de Heer zijn zegen,
hier woont Hij zelf, hier wordt zijn heil verkregen
en leven tot in eeuwigheid.

Apostolische Geloofsbelijdenis

Lied: LB Gz 399,1.2.3

1 Wij loven U, o God, belijden U als Heer.
Eeuwige Vader, U geeft heel de wereld eer.
U zingen alle heem’len, serafs, machten, tronen,
onafgebroken rijst hun lied op hoge tonen:
Gij, driemaal heilig zijt Gij, God der legerscharen,
wiens grootheid aard’ en hemel heerlijk openbaren!

2 U looft de apostelschaar in heerlijkheid, o Heer,
profeten, martelaars vermelden daar uw eer.
Door heel uw kerk wordt steeds, daar boven, hier beneden,
in strijd en zegepraal, uw grote naam beleden.
Zij looft, o Vader, U, oneindig in vermogen,
onpeilbaar in verstand, onmeetbaar in meedogen!

3 U, Vader, U zij lof op een verhoogde troon!
Lof en aanbidding zij uw eengeboren Zoon.
Lof zij uw Geest, die ons ten Trooster is gegeven,
ons in de waarheid leidt, de weg van eeuwig leven.
U looft uw kerk alom, waar Gij die ook vergaarde;
U looft wat loven kan, in hemel en op aarde!

Gebed

Collecte

Lied: Ps. 122

1 Hoe sprong mijn hart hoog op in mij,
toen men mij zeide: “Gord u aan
om naar des Heren huis te gaan!
Kom ga met ons en doe als wij!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in,
u, Godsstad, mogen wij ontmoeten!
Jeruzalem, van ver aanschouwd,
wel saamgevoegd en welgebouwd,
o schone stede, die wij groeten.

2 Hoe zijn de stammen opgegaan!
Hier gingen ons de voeten voor
der pelgrims, die de Heer verkoor,
hier, waar uw heil’ge muren staan!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in
naar ’s Heren woord, om zijns naams ere!
Zo is het Israël gezegd;
hier zijn de zetels van het recht,
de troon, waar David zal regeren!

3 Bidt heil toe aan dit Vredesoord;
dat die u mint bevredigd zij,
dat vrede in uw wallen zij,
gezegend zij uw muur en poort!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in
om u met vrede te ontmoeten!
Om al mijn broeders binnen u,
om ’s Heren tempel wil ik u,
o stad van God, met vrede groeten.

Zegen

Vorige diensten